De schijn van de dood.

28 mei 2011

De schijn van de dood.

 

Achter het leven staat de dood na de pijn,

Maar dat is slechts een beperkte schijn.

Onze ogen zien een fractie van een fractie,

En de oren horen nog minder dan dat.

Ons brein loop over van aktie,

Maar de gedachten vullen een rommelig vat.

Met apparaten proberen we wat te meten,

En denken dan meer te weten.

We menen dat we levende wezens zijn,

Met een aan alles superieur brein.

Maar niets weten we van het tijdloze,

Niets van het non-lokaal eindeloze

En toch, zo met ons heel beperkte zijn,

Menen we met de wijsheid behept te zijn:

Dat er na het leven de dood is en niets dan dat.

We moeten toch verstandiger zijn op ons pad.