Glas voor de kerk

Categorieën: ,

Beschrijving

Glas voor de kerk

06-03-2015

We schrijven het jaar 1865. Het is nu een jaar geleden dat de dorpspastoor ons huisje bezocht. Annemie en ik met onze twee dochtertjes Mieke van acht en Anke van zes jaar wonen in het bos, zo’n twee kilometer buiten het dorp.

Nadat wij de pastoor hadden binnengelaten, ging hij er eens uitgebreid bij zitten.

Hij deed alsof hij thuis en de heer des huizes zelf was. Op een gegeven moment vroeg hij, of er nog meer kinderen onderweg waren, de jongste was immers al zes jaar.

Ik zei: “ik ben blij als ik ons gezin zonder honger naar bed kan laten gaan, en als ze kleding en te eten hebben, want zoveel verdien ik niet”. “Nou”, zei de pastoor, “dan heb ik goed nieuws. Je bent immers glazenier en in het kerkbestuur hebben we afgesproken dat er in de zijkapel van Maria vier glas-in-lood ramen moeten komen. Ik wil je vragen of je hiervoor een ontwerp en een kostenraming wilt maken en indienen”. “Dat is inderdaad goed nieuws”, zei ik, “maar zal ik dan niet eerst een begroting voor het maken van een ontwerp indienen”? Hij zei: “Nee, voor het ontwerp betalen we niet apart. Dat kun je later bij de begroting voor de realisatie immers toch ook meenemen”? Ik was allang blij met het vooruitzicht van een mooie opdracht. Ik ging ermee akkoord en startte met het maken van een ontwerp.

Nadat ik het eerste ontwerp ingediend had ging het erg stroef. Het kerkbestuur en de pastoor konden het niet eens worden. Eerst moest ik mijn ontwerp aanpassen omdat het bestuur dat wilde, en met die verandering was de pastoor het weer niet eens. Daarna moest het voor de pastoor weer anders en was het bestuur het ermee oneens. Ik zat tussen hen in en moest de ene verandering na de andere aanbrengen. Van mijn oorspronkelijke ontwerp bleef gaandeweg steeds minder over. Maar ja, dacht ik, straks wordt het toch een mooie opdracht en daarom deed ik niet moeilijk. Uiteindelijk waren ze het eens, het ontwerp en de glopastoorbale kostenraming waren akkoord en ze vroegen of ik een offerte wilde indienen.

Mijnheer Pastoor nam me apart en zei: “je moet wel een goede calculatie maken en een concurrerende offerte, want we vragen ook prijzen op bij anderen”. Ik voelde me zwaar misbruikt en zei: “Offertes van anderen? Ik zou toch alle uren die ik aan het ontwerp gewerkt heb in deze offerte meenemen. Dat hebben we toch zo afgesproken. Als andere mensen offertes gaan indienen die geen kosten voor het ontwerp hebben gemaakt, dan ben ik bij voorbaat al te duur, ook al reken ik de allerlaagste tarieven”. “Dat kan zijn”, zei de pastoor, “maar jij hebt het voordeel dat je alle details van het ontwerp kent en op alle mogelijke problemen bent voorbereid. De anderen moeten dat nog, misschien wel tot hun schade, ontdekken. En dan ook nog, het is jouw dorp en jouw kerk, dus daar kun je ook wel rekening mee houden. En tenslotte, als dit goed verloopt zit er nog veel meer werk in het verschiet. Er is nog van alles aan glas-in-lood te doen in het parochiehuis, de pastorie, de kerk, etc”.

 

Om het hoofd boven water te houden hadden we een moestuin waar al onze groente vandaan kwam, en waar Annemie en ik werkten. Annemie werkte ook als schoonmaakster op enkele adressen in het dorp in de uren dat de kinderen naar school waren. Ik zelf had als glazenier te weinig werk. Daarom werkte ik bij de schilder. Die had een winkeltje in het dorp, hij plaatste ook glas en daar kon ik werken met het plaatsen of herstellen van glas. Als er werk met glas-in-lood was kwamen de mensen van het dorp bij hem en dan liet hij mij het werk doen. Mijn werk bij hem was natuurlijk voor ons gezinsinkomen van groot belang, maar het stak me dat die klanten niet direct bij mij kwamen en dat hij zonder te werken daaraan verdiende. Hij had me heel duidelijk gemaakt dat ik bij hem niet meer hoefde te werken als ik zijn klanten rechtstreeks bij mij liet komen.

Het stak me helemaal toen ik hoorde dat de schilder ook een offerte voor de Mariakapel mocht maken. Hij vroeg nota bene aan mij hoeveel uren dit zou gaan kosten als ik dit werk in dienst van hem zou doen! Ik voelde me zwaar genomen en gaf express veel meer uren op dan waar ik zelf mee had gerekend.

Een tijdje later werd ik gevraagd om in een vergadering van het kerkbestuur en de pastoor te verschijnen. Ze vertelden me dat mijn offerte te duur was. Ik had de ontwerpkosten apart vermeld en door dat bedrag van het ontwerp kwam mijn offerte boven alle andere uit. De voorzitter zei “je begrijpt toch wel dat wij voor het belang van de kerk moeten staan en dat we de meest gunstige offerte moeten kiezen. En dan val jij buiten de boot. Wij zien heel goed dat dat komt doordat je die ontwerpkosten erin betrekt. Als je die niet meeneemt ben je bijna de goedkoopste”.

Ik zei: “ik ben toch al die tijd met dat ontwerp aan het werk geweest en Mijnheer Pastoor heeft me gezegd dat ik dat werk in deze offerte moest meenemen”. “Dat kan wel zijn”, zei de voorzitter, “maar zoals de zaken nu liggen moeten wij als bestuur het werk aan de laagste offerte gunnen”.

Dus dan moet ik het werk aan het ontwerp maar gratis gedaan hebben? Zo kun je het zien, maar dat is een gedane zaak, en dat was misschien een afspraak tussen Mijnheer Pastoor en jou, maar daar gaan wij als bestuur niet over.

Hij ging verder: “ik heb toch wel begrip voor jouw situatie en ik wil je wel tegemoet komen. Als je nu dat bedrag voor het ontwerp uit de offerte laat, ben je bijna de laagste. Hoewel je niet echt de aller-laagste bent, vind ik dat we dan maar over ons hart moeten strijken. Je hebt het werk tenslotte hard nodig. In dat geval krijg je de opdracht.

Wat kon ik anders? Ik streepte de ontwerpkosten door en kreeg de opdracht.

Ik ging aan het werk. Het werk duurde een heel jaar. Ik vroeg na enkele maanden om een deelbetaling. Nee, zei Mijnheer Pastoor, dat kan natuurlijk niet. Het wordt betaald, zoals altijd, nadat het werk gedaan is, en als alles naar wens is. Jouw bloemkolen staan er trouwens mooi bij, zei hij. Als je er daar een paar van kunt missen , dan graag. Ik bedacht hoe onbelangrijk twee bloemkolen waren in verhouding tot het grote bedrag dat op me wachtte. Ik gaf hem de twee mooiste bloemkolen. Nee, zei hij, die kan ik natuurlijk niet mee terugnemen naar de pastorie. Ik ben te voet, en kan daar natuurlijk niet mee door het dorp lopen. Kun jij ze niet op de pastorie afgeven? Je moet toch iedere dag in het dorp zijn.

Annemie was woest. De hele gang van zaken zat haar heel erg dwars, en die bloemkolen deden bij haar de deur dicht. “Hebben wij eindelijk eens iets goeds te eten en wordt dat weer van ons afgepakt. En dan voelt die pastoor zich ook nog te goed om die afgetroggelde groente zelf mee te nemen. Straks wordt er in het dorp gezegd dat jij bloemkolen naar de pastorie brengt om op die manier in een goed blaadje te komen, en om op die manier nog meer van die prachtklussen te krijgen. Alsof je hem omkoopt terwijl hij je steeds opnieuw de duimschroeven aandraait. Wat een wereld!” En ze gooide de deur hard dicht.

Bij de godsdienstles mochten er altijd meisjes op de knie van Mijnheer Pastoor zitten. En dat was een eer waar alle meisjes op stonden te kijken. Mieke en Anke mochten nooit, wij waren te min.

De ramen waren uiteindelijk klaar. Ze waren prachtig. Mijn voldoening dat het werk mooi was compenseerde voor een deel de ergernis over de gang van zaken met het ontwerp en het geld. Mijn eerste ontwerp was veel mooier dan het overeengekomen ontwerp, maar dit was nog steeds erg mooi. Ik was blij als ik naar de schittering van de kleuren kon kijken en de kracht van de compositie voelde.

De hoeveelheid werk was zwaar tegengevallen, ondanks mijn zorgvuldige begroting. Daarnaast had ik voor het plaatsen van de ramen de hulp van de schilder nodig. Ik kon dat echt niet alleen. Die hielp me, maar rekende een tarief dat nergens op sloeg. Hij wist dat ik niet anders kon dat dit te accepteren. Bij het plaatsen beschadigde de schilder een stukje glas. Er kwam een scheurtje in. Als je het niet wist zag je het niet eens, maar Mijnheer Pastoor merkte het wel op. Ik moest van hem het raam weer losmaken, samen met de schilder, het naar mijn werkplaats brengen, daar repareren, weer terug brengen en opnieuw plaatsen. Dat kostte weer twee dagen werk en een rekening van de schilder. Die rekende gewoon zijn uren terwijl hij er zelf de schuld van was geweest! Ik kon het echter echt niet zonder hem, hoe graag ik ook had gewild.

Eindelijk zou ik dan het bedrag van een jaar werk gaan ontvangen. Ik had nogal wat schulden opgebouwd. In de tijd dat ik aan de ramen werkte kon ik geen ander werk doen waar ik geld mee kon verdienen. Ik had de materialen voor de ramen moeten kopen en dat was ook best wel duur. We kregen krediet bij de kruidenier, de bakker en de slager doordat die wel wisten dat het geld van de Mariakapel nog zou gaan komen.

Mijnheer Pastoor kwam aangewandeld. Hij keek gretig naar de groenten in onze moestuin. Zijn dikke buik deed zijn toog opbollen. In zijn handen had hij zijn brevier waar hij uit bad, geluidloos met bewegende lippen. Onderwijl keken zijn ogen in het rond, om alles in de peiling te houden.

Voordat hij bij mij kwam was hij bij de schilder geweest. Ik had eerder al van de schilder gehoord, dat die graag het schilderswerk van het parochiehuis wilde hebben. De pastoor begon tegen hem te vertellen dat het opzetten van de R.K. bibliotheek duizenden guldens zou gaan kosten en dat een donatie van honderd gulden heel welkom zou zijn. Dat was het jaarloon van een handarbeider. De schilder had hem dat geld gegeven.

Nu stopte de pastoor zijn brevier weg en ik vroeg hem of ik de betaling voor mijn ramen kon ontvangen. Hij keek me misprijzend aan. Hij stak zijn hand onder zijn toog en die kwam weer tevoorschijn met die honderd gulden van de schilder. “Hiermee is het goed betaald, nietwaar?”, zei hij.

“Het bedrag waar ik recht op heb is tweehonderd gulden”, zei ik, “en dat is dan zonder die ontwerpkosten”. Je hebt tweehonderd gulden in jouw offerte staan , zei hij, maar het werk heeft veel langer geduurd dan je beloofd hebt. En toen het geplaatst was, was er ook nog eens iets stuk. Dat was allemaal niet zo geweldig. Als je voor het werk aan het parochiehuis ook een offerte wilt maken, moet je nu niet moeilijk doen, zeker niet omdat ik je zo’n groot bedrag zomaar ineens betaal en niet in termijnen. En dan ook nog: ik heb niet de zekerheid dat die ramen over een paar jaar nog goed waterdicht zijn. Dat risico moet ik ook nog lopen.”

Mijn Annemie had dit allemaal vanuit de keuken gehoord. Ze kon zich niet meer inhouden en gooide met een grote klap de deur dicht.

=========================

Ik werd wakker uit mijn droom. Ik zag dat er een raam open stond en dat door de tocht een deur was dichtgeslagen. Voor het raam ernaast hing mijn werkstuk: “Moeder en kind”

moeder en kind2

=========================

Piet van Meel – maart 2015

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Glas voor de kerk” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *