Niet iets

Categorieën: ,

Beschrijving

Ik tekende met een tekenprogramma een cirkel en een vierkant, ik zette de computer en ging naar bed.

Ga opzij, zei de cirkel tegen het vierkant. Jij bent zo lomp van vorm, je hebt van die stomme scherpe punten en ik moet steeds oppassen dat je me niet beschadigt.

Doe even normaal zei het vierkant. Ik pas tenminste netjes op het rechthoekige blad, maar zo gauw als het blad even verschuift moet jij alle moeite doen om er niet af te duvelen.

Nee hoor, zei de cirkel, ik ben tenminste mooi zonder die lelijke punten. Eigenlijk ben ik volmaakt, vind ik zelf. Het lijkt me erg vervelend voor jou om er steeds maar voor te zorgen dat jouw hoeken alle vier negentig graden zijn. Ik heb dat probleem lekker niet.

Ja, ja, zei het vierkant, dan moet je eens proberen een schaakbord voor onze schepper te zijn, die nu slaapt. Ik deel me gewoon in 64 vakjes en klaar is kees. En die 64 vakjes zijn voor mij heel makkelijk te maken, ik deel mijn zijden door twee, dan die stukken nog een keer en dan de stukken nog een keer en al mijn zijden bestaan mooi uit 8 gelijke stukjes. Die verbind ik onderling en mijn schaakbord staat klaar. Daar moeten ze bij jou eens mee aankomen, dat lukt je mooi niet.

Dat is leuk voor jou, zei de cirkel, jij kunt de schepper helpen met schaken. Maar als die schepper klaar is met schaken en hij wil naar huis dan moet hij bij jou gaan lopen. Bij mij kan hij tenminste terecht om te rijden. Een as in het midden, wat spaken en hij heeft een wiel dat zonder hotsen en botsen over de weg rolt. Daar kun jij mooi niet tegenop.

Kan wel zijn zei het vierkant, maar ik ben voor mijn schepper toch maar mooi het gemakkelijkst om mee om te gaan. Hij vermenigvuldigt twee zijden van mij die op elkaar aansluiten en hij heeft meteen het oppervlak. Bij jou is dat heel wat moeilijker. Hij moet eerst het middelpunt zien te vinden, moet de straal opmeten en moet dat weer met dezelfde straal vermenigvuldigen. Dat moet hij dan weer vermenigvuldigen met een getal dat van zijn levensdagen niet exact te bepalen is en dat ze dan maar Pi genoemd hebben.

Het oppervlak van jou is eigenlijk nooit exact te bepalen want het getal Pi kun je altijd alleen maar met een benadering hanteren. Er is immers geen einde aan het aantal decimalen van dat getal, als je het al een getal mag noemen.

Jij bent dus eigenlijk een onmeetbaar ding. Waardeloos eigenlijk. Letterlijk tenminste. Dus!?

Daarop wist de cirkel even niets terug te zeggen.

Hij werd kwaad. Hij blies zich bij een inademing kwaad op en groeide in omvang. Hij drukte tegen een hoek van het vierkant. Het vierkant probeerde daar tegenin te gaan maar dat lukte niet. Hij werd dieper in een hoek van het blad gedrukt en kon niet anders dan kleiner worden. Anders zou hij misvormd achterblijven. Hij verzette zich wel maar had nergens grip op de cirkel. Hij duwde met een scherpe hoek tegen de cirkel maar zijn messcherpe hoek bleef maar uitglijden over het oppervlak. Hij riep: ga alsjeblief terug naar je eigen plek, want anders raak ik in de problemen. Dan moet ik mezelf kleiner maken, of ik duvel van het blad, of ik raak misvormd.

De cirkel blies zijn adem weer uit en kwam weer terug in zijn normale omvang. Het vierkant vroeg: Bedankt. Waarom kon ik jou trouwens niet tegenhouden?

De cirkel zei: omdat ik nergens een recht stukje heb of een hoekje of wat dan ook waar je grip op kunt krijgen. Ik besta op mijn omtrek alleen maar uit punten en tussen die punten is er niets. Als daar iets tussen zou zijn, een recht lijntje dus, net als bij jou, dan zou ik geen cirkel meer zijn.

Het vierkant vroeg: hoe groot zijn die punten eigenlijk? En hoeveel punten staan er op jouw omtrek?

Tja, zei de cirkel, dat weet ik niet. Ieder punt is zonder dimensie.

Wat is dat nou weer, wat betekent dat: zonder dimensie?

Nou, dat er geen volume, oppervlak of lengte aan mijn punten gekoppeld is.

Dan zijn die punten wel erg klein, zei het vierkant.

Nee, ze zijn niet klein, zei de cirkel, want klein is een aanduiding van een afmeting en mijn punten hebben geen maat.

Oh, dan zijn ze dus zonder begin en eind.

Ja, zonder begin en eind en dus zonder begrenzing en dus einde-loos.

Ik zou zeggen, zei het vierkant, dat ze dan niet bestaan.

Jawel, ze bestaan wel maar ze hebben geen afmeting.

Goed, zei het vierkant, als jij een cirkel van enige omvang bent, en dat voel ik continu, omdat je me in de weg zit, dan bestaat jouw omtrek uit een aantal punten zonder maat. Als die omtrek bestaat dan moeten er, denk ik, ook oneindig veel punten zijn om die omtrek te vormen.

Dat zou je wel kunnen denken, zei de cirkel, maar als een punt geen afmeting heeft, dan is tien keer geen afmeting nog steeds geen afmeting. En een miljoen keer geen afmeting is nog steeds niets. En dan denk ik dat een oneindig keer niets nog steeds niets is. Als jij gelijk hebt, zei de cirkel, en nu ik denk daar zo over nadenk, dan bestaat mijn omtrek dus eigenlijk niet, en als ik geen omtrek heb, wat ben ik dan nog wel?

Dan ben je “niet iets”, zei het vierkant, Maar dat is een schrale troost, zolang je me in de weg zit.

Trouwens, zolang je met me kunt praten ben je niet niets. Iets dat niets is zou toch ook niet kunnen praten.

Nee, zei de cirkel, maar ik praat ook niet. Praten zoals onze schepper, met lucht en trillingen van de lucht, dat kunnen we niet.

Hoe communiceren wij dan eigenlijk, vroeg het vierkant?

Dat weet ik niet precies, zei de cirkel, maar ik heb intussen nog iets bedacht. Jij kunt nu wel klagen dat je geen grip op mij kun krijgen met die scherpe punten van negentig graden van jou. Maar welke afmeting hebben die hoekpunten eigenlijk?

Dat weet ik niet zeker, zei het vierkant maar ik heb ik ieder geval een duidelijke afstand tussen mijn vier hoekpunten. Die maat kun je meten en vergelijken met een standaard. Ik heb een afstand tussen twee punten en jij niet. Dat weet ik zeker. Dat noemen ze een rechte lijn.

Ja, maar ik weet zeker dat die punten oneindig klein zijn. Waar begint die lijn dan wel, als die punten zo klein zijn? Een lijn die twee dingen verbindt die nergens beginnen en eindigen, is die zelf dan wel meetbaar? En bestaat die eigenlijk wel? Dat lijkt me van niet. Ik denk dat jij ook niet iets bent.

Kom op, zei het vierkant en hij maakte zich sterk, duw me dan eens weg.

De cirkel duwde en het vierkant werd tegen de rand geperst en riep: ”stop”.

Hoe kun je stop tegen mij roepen als ik “niet iets” ben volgens jou, vroeg de cirkel. Iets dat niet iets is kan toch niet stoppen?

OK, laten we niet meer ruziën, zei het vierkant, we zijn immers allebei gelijk, we zijn allebei “niet iets”. Ja, we erkennen dat, zei de cirkel, laten we de daad bij het woord voegen en samen niet iets zijn en dus gelijk. Ze sloten vrede en er ontstond iets van genegenheid. De cirkel en het vierkant verenigden zich, de cirkel nestelde zich in het vierkant en het vierkant omhelsde de cirkel. Samen vielen ze in slaap en droomden over niet iets. En dus niet?

 

Ik zette de computer aan en startte het tekenprogramma op en laadde de afbeelding van gisteren. Er kwam een ander “niet iets” op het scherm dan wat ik gisteren achtergelaten had. Ik vond dat erg mooi en tekende er een driehoek binnenin. De drie punten van die driehoek staan voor de schepper, de cirkel en het vierkant. Het zouden ook de geest, het gevoel en het verstand kunnen zijn.

En toen deed ik die driehoek er nog een keer in, omgekeerd, want alles wat iets is, is er als pool en tegenpool.

 

 

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Niet iets” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *